Kunstijsbaan in heden en verleden.

Geschiedenis van de kunstijsbaan in Nederland:

Het verhaal begint in 1851 als de Amerikaanse arts/natuurkundige Dr. John Gorrie uit Florida een “ijsmachine” uitvindt en er patent op neemt. Het was een machine voor medische behandeling. Het ging om zieken die aan hoge koortsen leden en koeling nodig hadden. Gorrie deed ondezoek en één van zijn onderzoeksgebieden was tropische ziekten. Hij koelde de ruimtes met patienten die hoge koorts hadden met ijs waarover hij lucht liet circuleren. Dit was feitelijk de eerste airconditioning. Er was echter veel ijs voor nodig dat werd aangevoerd per boot vanaf de noordelijke amerikaanse meren. Om dit beter te laten functioneren ging hij experimenteren met het maken van kunstmatig ijs. In 1845 stopte Gorrie met zijn praktijk en ging door met onderzoek op het gebied van koeling en ijs maken. Op 6 mei 1851 nam hij patent op een ijsmachine onder patentnummer 8080. Dit project bracht Gorrie echter aan de bedelstaf. Samen met een zakenpartner probeerde hij geld bij elkaar te krijgen voor verdere ontwikkeling van het project maar zijn partner overleed en de zaken liepen stuk. Hij was financieel geruineerd, vernederd en zijn gezondheid was kapot. Hij stierf in armoede. Later is er voor hem standbeeld neergezet in de hal van het Capitool te Washington. In Engeland was inmiddels grote belangstelling voor dit compressie koelsysteem. Ook op het vaste land van Europa verschenen er steeds meer compressie koelsystemen.

kunstijsbaan
Onze nationale trots: Kunstijsbaan Thialf in Heerenveen.

Rond 1870/1880 waren er diverse systemen in gebruik die allen gebruik maakten van hetzelfde principe: het door een buizenstelsel rond pompen van chemicalien die zorgen voor een uitwisselling van warmte en koudte waardoor koeling ontstaat. Tot op de dag van vandaag is dit de kern van koelsystemen. Of het nu een ijskast is of een ijsbaan, het idee is hetzelfde. Als chemische stof was vooral ammoniak populair maar zwafeldioxide en glycerine werden ook veel gebruikt. Overigens is het wel het vermelden waard dat er ook nog andere uitvindingen werden gedaan om het schaatsen, dat bijzonder populair was in het Victoriaanse tijdperk, ook in de zomer en indoors te kunnen beoefenen.
In 1842 vond Henry Kirk een mengsel uit van reuzel, zwafel, aluin en andere chemicaliën. In een kelder aan de Baker Street in Londen maakte hij hiermee een kleine “ijsvloer”, maar dat werd gezien de afmetingen en de stank een complete mislukking! Het tijdschrift Punch uit 1843 beschrijft: een bezoek aan deze ijsbaan waar het ijs geen bevroren water was maar een mengsel van reuzel en gesmolten zwavel zorgt voor een afschuwelijke stank!

De eerste kunstijsbaan: Chelsea

Het eerste kunstijsbaantje ooit lag in Chelsea. In 1876 of daaromtrent had de legendarische wetenschapper en uitvinder professor Gamgee een ijsbaantje gebouwd met als koelsysteem koperen pijpen waardoor Glycerine stroomde. Deze glycerine werd afgekoeld met behulp van een machine van Raoul Pictet. Niet lang daarna openden overal in Europa kleine overdekte baantjes met fraaie namen zoals “Eispalast” en “Palais de glace”. In 1879 werd een kunstijsbaan met een oppervlakte van 864 m2 in New York gebouwd. De eerste baan op het Europese vasteland werd in 1881 in Frankfurt am Main uitgevoerd ter ere van een tentoonstelling. Ook Hotels en winkelcentra openden banen en baantjes. Dit waren echter allemaal baantjes waarop recreatief werd geschaatst. De banen werden echter wel steeds groter en in 1908 lag er in Berlijn een Eispalast met 1900 m2 ijsvloer. Ondanks alle binnenbanen en baantjes waar de bevolking veel plezier beleefde aan het schaatsen was er rond 1950 nog geen kunstijsbaan in de hele wereld te bekennen. En dan heb ik het over de 400 meter banen zoals wij die kennen. Dat is dus een ontwikkeling uit het nabije verleden. Er werd gewoon geschaatst op natuurijs op plekken waar het koud was zoals Oslo, Davos, Moskou, Helsinki, Trondheim etc. Er was wel een kunstijsbaan die sinds 1926 te vinden was in Boudapest. Daar lag een 200 meter baan die later (1928) werd omgebouwd tot 333 meter baan. Veel later is daar een 400 meter baan van gemaakt.


ijsbanen hamar

Eén van de mooiste banen in de wereld, het Vikingskipet in Hamar

De eerste echte 400m kunstijsbaan:

De eerste echte 400 meter kunstijsbaan vinden we in het Zweedse Goteborg. Daar was het Nya Ullevi stadion het eerste stadion met een kunstijsbaan. Daar vond in 1959 het eerste EK op een kunstijsbaan plaats. De koelbuizen lagen hier los op de sintelbaan en het was een tijdelijke baan die elke zomer werd afgebroken. Er werd Pekel door de buizen gepompt die apart werd gekoeld. Op deze baan werden de legendarische Henk van der Grift (1961) en Ard Schenk (1971) wereldkampioen. De tweede kunstijsbaan ter wereld werd in Squaw Valley (USA, Californie) neergezet ten tijde van de Olympische Winterspelen in 1960. Dit was een baan met zeer goed ijs waarop diverse records werden gebroken. Na de spelen werd deze baan echter afgebroken en wederom omgebouwd in West Allis waar in 1966 de eerste Amerikaanse 400 mtr kunstijsbaan in bedrijf werd gesteld. En voor de derde 400 meter kunstijsbaan komen we in Nederland terecht. Amsterdam Oost kreeg in 1934 de eerste kunstijsbaan van Nederland aan de Linneausstraat. Deze kunstijsbaan was het initiatief van de NV Sportfondsen Kunstijsbaan. Vlak naast het in 1929 gebouwde overdekte zwembad werd een openluchtbad met zonnebad aangelegd zodanig dat het bassin in de winter te exploiteren was als kunstijsbaan. Voor hardrijden was de baan met een oppervlakte van 60 x 40 meter minder geschikt. Toch kwamen er te weinig bezoekers om de baan open te houden en hij werd in 1940 gesloten.
Het schaatsen leefde echter in Nederland en in 1958 lager er plannen op tafel om in Nederland een 400 meter kunstijsbaan neer te leggen. Deze plannen ontstonden in Deventer en de KNSB en het NSF legden al snel geld op tafel, samen goed voor 250 000 gulden, een fors bedrag voor die tijd. Amsterdam kwam ook met een plan. Zij wilden op de atletiek-baan van het sportcomplex Middenmeer een demontabele kunstijsbaan aanleggen. Vanwege goede ondergrond de bestaande lichtinstallatie en centrale ligging kreeg het plan van Amsterdamse plan de voorkeur (eind 1960) De Jaap Edenbaan was geboren.

De Jaap Eden kunstijsbaan in Amsterdam

ijsbanen Jaap edenbaanDe opdracht voor de bouw van de Jaap Edenbaan werd in april 1961 aan Grasso’s Koninklijke Machinefabrieken te Den Bosch gegeven. Die lieten er geen gras over groeien want nog hetzelfde jaar was de baan open. De constructie van de Jaap Eden IJsbaan was in 1961 uniek in de wereld. Het was namelijk de eerste 400-meterbaan met verdampende ammoniak in de buizen, een zogenaamd “direct systeem”. Op vrijdag 9 december mochten leden van de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van het Hardrijden op de Schaats (NVBHS) al kennis maken met de ijsbaan. Uiteindelijk zouden 8000 baantjesrijders uit het hele land de Jaap Eden IJsbaan in het eerste weekeinde dat de kunstijsbaan zijn poorten had geopend inwijden.
De baan werd geopend door de tienjarige kleinzoon van de legendarische schaatsvorst Jaap Eden uit het einde van de 19e eeuw. “Hiermee geef ik deze ijsbaan de naam van mijn grootvader Jaap Eden”, schalde de jongensstem door de microfoon. In totaal maakte de eerste 144 dagen 290.350 baantjesrijders gebruik van het ijs. In de eerste jaren na de opening was het uitzonderlijk druk en kwamen liefhebbers uit het hele land naar Amsterdam om te schaatsen. Het was soms zelfs zo druk dat de politie te paard de mensen bij de ingang in bedwang moest houden. De miljoenste bezoeker werd al op 8 maart 1964 ontvangen, na 425 schaatsdagen. Tweeënhalve maand na de officiële opening beleefde de Jaap Eden IJsbaan zijn wedstrijdprimeur. Gadegeslagen door 16.000 toeschouwers over twee dagen werd er op 25 en 26 februari 1962 een drielandenwedstrijd gehouden. Zweden won, het Nederlands zestal werd derde. Negen dagen na de Elfstedentocht van 1963 stroomden een paar duizend toeschouwers naar de Jaap Eden IJsbaan om de helden van de Tocht der Tochten aan het werk te zien. Op de 400-meterbaan werd de eerste marathonwedstrijd op kunstijs verreden. Vijf maal was de Jaap Eden IJsbaan het strijdtoneel van een NK allround en eenmaal van een NK sprint. Enigszins triest detail is dat de Jaap Eden baan (waar ik zelf anno 2014 enige lesjes volg) bekend heeft gemaakt de baan niet te willen overdekken om het authentieke schaatsgevoel in weer in wind in stand te houden. Persoonlijk vind ik dat een achtelijke gedachte. Dit kan namelijk uitstekend als er natuurijs is. Nu rij je in Amsterdam helft van de tijd tegen de regenen en de wind in. Het word tijd dat het bestuurlijke stokje in Amsterdam door commercieel denkende schaatsliefhebbers word overgenomen om een gezonde toekomst van het schaatsen in Amsterdam te waarborgen. Anders raken we de huidige mobieltjesgeneratie in hoog tempo kwijt want die gaan niet in de regen schaatsen. Dan word hun mobieltje namelijk nat …

Deventer
Eigenlijk had Deventer nauwelijks een schaatshistorie toen er in 1962 zomaar een kunstijsbaan gebouwd werd. Het was te danken aan de toenmalige burgemeester Nicolaas Bolkestein (inderdaad, de vader van) dat Deventer al in 1959 plannen voor een kunstijsbaan ontwikkelde. In 1961 bezocht een Deventer delegatie het wereldkampioenschap in Gotenburg, dat op de eerste, in 1959 aangelegde, 400 meter-kunstijsbaan ter wereld werd verreden. Met de kennis die daar werd opgedaan, werden de plannen verder ontwikkeld. Anders dan in Amsterdam, waar een mobiel buizenstelsel op een atletiekbaan was aangelegd, werd in Deventer gekozen voor een permanente ijsbaan in een nieuw aangelegd stadion met een flinke tribune en voldoende ruimte om op de wallen rondom het ijs tijdelijke tribunes te bouwen. Anders dan de in 1961 geopende Amsterdamse Jaap Edenbaan, was het IJsselstadion in Deventer een volwaardige sportaccommodatie. Met tribunes voor maximaal 30.000 toeschouwers kon Deventer als eerste ijsbaan in Nederland grote schaatstoernooien organiseren. Voor het eerst gebeurde dat in 1966. Het Europees kampioenschap van dat jaar werd gewonnen door Ard Schenk, vóór Kees Verkerk. Toen het publiek tijdens de huldiging spontaan “Ard en Keessie” begon te scanderen, begon er voor Nederland een nieuw schaatstijdperk.

Overdekte Kunstijsbanen:
De eerste overdekte 400 meter ijsbaan is in Berlijn gebouwd in de Oost-Berlijnse wijk Hohenschönhausen. Het was het belangrijkste sportcomplex van de DDR. In de wijk waren de sportcomplexen van de SC Dynamo Berlin, de sportclub van de Stasi, gevestigd. Het Sportforum opende haar deuren in 1985 en werd daarmee de eerste overdekte 400 meter kunstijsbaan van de wereld. Snel volgden Thialf in Heerenveen (1986) en de Olympic Oval in Calgary (1987).

Het Thialf Stadion
Thialf werd in 1986 volledig overkapt, net iets eerder dan The Olympic Oval in Calgary. Toen waren de eerste wedstrijden in Berlijn echter al geweest. Het dak van Thialf is zwevend waardoor het zicht op de baan perfect is en er bovendien sprake is van een bijzonder ruimtelijk effect. De hal lijkt enorm groot. Overigens is het koelsysteem in de overdekte banen gelijk aan dat van de buitenbanen en daarmee nog steeds identiek aan de oudere banen. Een buizenstelsel (in Thialf in beton) waardoor ammoniak stroomt. Thialf is het voordeel dat het voorheen een buitenbaan was waardoor er een enorme overcapaciteit is. De ijsmeester hebben daar een makkelijke klus. Daar staat tegenover dat de klimaatbeheersing geen sinecure is. In Thialf heb je bijvoorbeeld heel veel uitgangen naar buiten toe en zit het publiek dicht op de baan. Er is dus veel vocht aanwezig en het ijs slaat snel aan. Dit merk je bij veel binnenbanen. Dat is echter nooit zo erg als een laagje water tijdens een bui op een buitenbaan. En verder: Na de “pionier-banen ” van Amsterdam (’61), Deventer (’62) en Heerenveen (’66) steeg het aantal 400 meter kunstijsbanen in Nederland zeer snel. Daarna kwamen nog Eindhoven (’69), Groningen (’69), Utrecht (’70), Assen (’71), Alkmaar (’72), Den Haag (’74), Haarlem (’77), Geleen (’89) , Nijmegen – 333 meter baan – (’96) en Dronten (’98).
Verder hebben we Flevonice en Hoorn er nog bij gekregen. Welgeteld 15 volwaardige banen. IJshallen met kleine (ijshockey) banen heb ik dan niet meegerekend.

 

Mooi voorbeeld van een semi-overdekte baan:  Haarlem. Daarnaast een foto van het aanleggen van een tijdelijke baan met aluminium elementen.

ijsbanen Haarlem  ijsbanen iceworld systeem


Tijdelijke banen en baantjes.

De demontabele banen zijn dus niet zo modern als we denken. Van de eerste drie 400meter kunstijsbanen waren er dus 2 demontabel, Göteborg en Amsterdam. Tegenwoordig zie je ze overal verschijnen, de tijdelijke ijsbaantjes. De coolste baan van Nederland is daar het mooiste voorbeeld van. Schaatsen in het Olympisch stadion. En verder natuurlijk de baantjes in winkelcentra en binnensteden. Schaatspret op de vierkante meter.

De laatste techniek is ontwikkeld door het bedrijf Iceworld. Dit zijn de uitrolbare koelsystemen. Deze aluminium uitklapbare banen, zeer eenvoudige aan te leggen ijsbaantjes, zijn van de allernieuwste generatie. Ze zijn geheel gemaakt van aluminium elementen die zonder montage in een paar uur worden uitgeklapt. Dit gepatenteerde systeem is uniek. De meeste Ice-World ijsbanen worden jaarlijks gehuurd als tijdelijke attractie in dorpen en steden, als podium voor shows, sportieve prestaties en evenementen. De ijsbaan is zeer eenvoudig zelf uit te leggen.

 

Bronnen:
Ernst Berends, Geschiedenis van de eerste kunstijsbaan
www.jaapeden.nl
NPO Geschiedenis.nl (zoek: ijsbaan)
Ice-world.com
Wikipedia, kunstijsbanen, geschiedenis