Fietsen in Nederland

Fietsen is één van mijn grote passies naast wandelen, schaatsen en kamperen.
Fietsen, fietstochten en fietsroutes maken dan ook een substantieel deel uit van deze website.

Hieronder wat fietsgebieden met soms kant en klare fietstochten en soms alleen maar een beschrijving van het gebied met het advies om een mooie knooppuntenkaart bij de ANWB te kopen.

nog een advies:
wees creatief en zet zelf je fietsroute uit. Op de knooppuntkaarten staan vaak de kilometers vermeld tussen bepaalde punten. En via google maps en deze gebruiksaanwijzing kun je altijd kijken hoe lang een tocht ongeveer is. En het hangt nooit op een kilometer, maar wel op 5 of 10.

Klimtraining in Nederland

Als je goed zoekt kun je genoeg plaatsen vinden in Nederland om jezelf in vorm te trainen voor de Franse of Italiaanse alpencols. Ik heb de nodige plekjes opgezocht en deel ze graag met mijn lieve lezers.

Klimtraining op de Posbank

Nog wat routes om te klimmen

En verder hieronder nog wat gebieden waar ik ook gefietst heb. Nog niet alles is klaar want ik heb nog vele directory’s met foto’s klaar staan om te bewerken.

Fietsgebieden in Nederland

Fietsroutes en gebieden in Utrecht

Fietsroutes en gebieden in Overijssel

Fietsen in Noord Holland

Fietsen rond de Grote Rivieren

Fietsen in Gelderland

Fietsen Algemeen

Zelf een knooppuntroute uitzetten, hoe doe je dat ?

Van Dam tot Dam fietstocht 2012

Mijn Santos Trekking comfort 1

Mijn Santos Trekking Comfort 2

Santos Crosshybride

Hieronder een foto van een mooie dag: de ronde van Noord Holland die in het najaar word verreden. Lekker de hele dag fietsen zonder kaart met een paar duizende andere fietsers. Een aparte ervaring.

Ook een mooie is de van Dam tot Dam fietstocht. Die word gelijktijdig verreden met de van Dam tot Dam loop. Misschien niet meer op dezelfde dag (een kleine ramp op de Dam) maar dan wel rond de gelijknamige loop.

fietsen
Uw webmaster in Ronde van Noord-Holland

Fietsen, de geschiedenis van de fiets:

Baron Karl von Drais bedacht een zogeheten loopfiets. Deze bestond uit een houten frame, houten wielen met een smeedijzeren velg, een zeer eenvoudig zadel, een nog niet goed ontwikkeld stuur en een soort rem op het achterwiel. De loopfiets had geen trappers; de berijder bewoog zich voort door zich af te zetten tegen de grond. Het eerste exemplaar ontstond in 1817. Von Drais noemde zijn toestel velocipede. Later (ca 1830) ontwikkelde hij ook een handkar die op het spoor gebruikt kan worden. Men noemde zo’n wagentje een draisine naar Von Drais.

Hoewel de berijder van de draisine de voeten op de grond hield, was toch heel wat balanceerkunst nodig. Dit werd vervelend gevonden, en decennialang werden daarom driewielers en vierwielers gebouwd. Ze werden aangedreven op de manier waarop een spinnewiel of scharensliep wordt aangedreven, met een trapplank en een stangenstelsel.

Pas in 1865 ontstond een toestel dat op onze fiets leek. Het was een tweewieler, gebouwd door de Fransman Pierre Michaux en zijn zoon Ernest. Hun vélocipède (snelle voet, van Latijn: velox, snel en pes, voet) had een ijzeren frame en ijzeren wielen. Aan de voorwielen waren trappers gemonteerd; deze voorloper van onze fiets kende nog geen kettingaandrijving.

Door het ontbreken van een kettingaandrijving was er ook geen overbrengingsverhouding. De snelheid van de fiets kon alleen maar worden opgevoerd door het wiel waarop de trappers waren gemonteerd steeds groter te maken. Zo ontstond rond 1870 de hoge bi (bi van bicyclette, tweewieler), een fiets met een zeer groot voorwiel en een klein achterwiel. Het balanceren op zo’n hoge fiets was niet gemakkelijk en bij obstakels op de weg schoot de berijder over zijn voorwiel. De Hoge Bi die gezien wordt als de start van het Hoge Bi tijdperk was de Ariel, gebouwd door James Starley in 1871. Het was een stalen fiets (geen houten wielen) met radiaal geplaatste spaken, die op spanning gebracht werden door een ingenieus mechanisme dat de spaken in een keer allemaal aanspande.

In 1868 werd de eerste fiets met een kettingaandrijving gebouwd. De trappers zaten nu niet meer aan het wiel, maar aan het frame. Aanvankelijk werd deze aandrijving op driewielers toegepast. In 1885 bouwde John Kemp Starley de Rover, een fiets met een kettingaandrijving, en een frame uit stalen buizen. De beide wielen waren vrijwel even groot. Dit type fiets werd safety genoemd, omdat het fietsen erop veel veiliger was dan op de hoge bi.

In 1888 vroeg John Dunlop patent aan op luchtgevulde fietsbanden, die de banden van massief rubber vervingen. Daarmee was de ontwikkeling van de fiets vrijwel voltooid. Het patent moest hij later weer intrekken, omdat Thomson hem in 1845 al voor was geweest. Hij behield het patent op het ventiel.

Sindsdien is er aan het ontwerp van de fiets niet zoveel meer veranderd. Wel worden tegenwoordig andere materialen toegepast. De frames worden thans vooral gemaakt van aluminium of staal, maar voor duurdere sportfietsen worden ook wel (lichtgewicht) metalen als magnesium en titanium gebruikt. Ook kunnen (delen van) frames gemaakt worden van glas- of koolstofvezel. Ook voor de wielen en banden worden soms andere materialen gebruikt en er bestaan fietsen met asaandrijving in plaats van kettingaandrijving. Maar de meeste fietsen lijken nog sterk op de Rover uit 1885. De enige uitzondering daarop zijn de ligfietsen.

Onderdeel van de geschiedenis van de Fiets op Wikipedia

Mijn websites:
Tuinplantenindex
Het Oude Gesticht